Tijdaanduiding

Gebruik bij het opschrijven en meedelen van uw observaties bij voorkeur de Wereldtijd (UT). Dan kunnen de tijdstippen rechtstreeks vergeleken worden met waarnemingen gedaan in het buitenland, en is er ook geen verwarring mogelijk. “Ik zag de vuurbol om 21h46m” — was dit 21h 46m UT of werd gebruik gemaakt van de “officiële” tijd die toen in voege was?

Tel de uren van 0 tot 24, dus bijvoorbeeld 21 uur in plaats van “9 uur ’s avonds”.

Gebruik de juiste, officiële symbolen, dus h (niét u) voor “uur”, m (niet ‘) voor een tijdminuut, en s (niet “) voor een tijdseconde. Zie boogminuut en boogseconde.

En eigenlijk moeten de symbolen h én m (én eventueel s) gebruikt worden. Bij zogenaamde complexe of samengestelde getallen (getallen die verschillende soorten eenheden bevatten die niet tiendelig ingedeeld zijn) is het nodig alle gebruikte eenheden te vermelden.

Zo maakt men in feite twéé fouten wanneer men bijvoorbeeld 20u30 schrijft. Ten eerste is het symbool van “uur” niet u maar h, en ten tweede ontbreekt het symbool voor de minuten. Zeker in een wetenschappelijke tekst moet men hier op letten.

De schrijfwijze 20.30 is nog toelaatbaar in bijvoorbeeld dienstregelingen voor het openbaar vervoer, maar is in feite onjuist. Immers, een punt midden in een getal stelt een decimaal punt voor. “20.30 uur” betekent eigenlijk 20 uur en 30 honderdsten van een uur!

Het zou beter zijn de Amerikaanse schrijfwijze te gebruiken, bijvoorbeeld 20:30 (voor 20 uur 30 minuten) of 11:17:44 (voor 11 uur 17 minuten 44 seconden), alhoewel deze manier van schrijven bij ons (nog) niet ingeburgerd is.

Zoals bij de graden wordt hier soms het tiendelig stelsel gebruikt. Een tijdstip wordt dan niet uitgedrukt in uren, minuten en seconden, maar in uren en decimalen. De voorspelde tijdstippen van de minima van Algol, bijvoorbeeld, worden in de Hemelkalender tot op 0.1 uur afgerond gegeven. Bijvoorbeeld 23.7 uur is hetzelfde als (ongeveer) 23h 42m (23 uur + 7/10 van een uur).