Baanhelling

De hoek tussen de baan van een planeet, planetoïde of komeet met het vlak van de aardbaan (ecliptica). De planeten hebben kleine baanhellingen; de grootste zijn de baanhellingen van Mercurius (7°) en Pluto (17°). Sommige planetoïden hebben een grote baanhelling: Pallas 35°, Betulia 52°, Tantalus 64°.

De baanhellingen zijn begrepen tussen 0° en 180°. Als de baanhelling groter is dan 90°, dan zegt men dat de beweging retrograad is; het hemellichaam beweegt dan in retrograde zin. Is de helling kleiner dan 90°, dan is de beweging direct.