Schemering

Door de aanwezigheid van de atmosfeer wordt het bij zonsopkomst niet plotseling licht, noch bij zonsondergang plotseling donker. Wanneer de Zon onder de horizon is, kan zij luchtlagen verlichten die zich boven de horizon van de waarnemer bevinden, zodat deze waarnemer dan onrechtstreeks wat zonlicht ontvangt. Hierdoor komt het dat het daglicht bij zonsopkomst slechts geleidelijk toeneemt, en bij zonsondergang geleidelijk afneemt.

Het daglicht dat de zonsopkomst voorafgaat of dat volgt op de zonsondergang noemt men de schemering. Men onderscheidt:

(1) de burgerlijke schemering. Dit is het tijdsinterval tussen zonsopkomst of -ondergang en het ogenblik waarop het middelpunt van de Zon 6° onder de horizon is. De zon is net onder de horizon verdwenen, er is over het algemeen nog genoeg natuurlijk licht aanwezig om de meeste buitenactiviteiten uit te voeren.

(2) de nautische schemering. Dit is het tijdsinterval tussen zonsopkomst of -ondergang en het ogenblik waarop het middelpunt van de Zon 12° onder de horizon is. De benaming komt door het feit dat nu zowel de horizon als de helderdere sterren meestal zichtbaar zijn, waardoor het mogelijk is om op zee te navigeren.

(3) de astronomische schemering. Dit is het tijdsinterval begrepen tussen zonsopkomst of -ondergang en het ogenblik waarop het middelpunt van de Zon 18° onder de horizon is. Pas na het einde van ’s avonds of vóór begin ’s ochtends zijn in het zenit de zwakste sterren zichtbaar.

Met andere woorden, wanneer ’s morgens de Zon zich 18 graden onder de horizon bevindt, begint per definitie de astronomische schemering. Een tijdje later staat de Zon 12° onder de horizon en dan begint de nautische schemering. Nog wat later, wanneer de Zon nog maar 6° onder de horizon staat, begint de burgerlijke schemering. En tenslotte hebben we zonsopkomst. ’s Avonds gebeurt dit alles in omgekeerde volgorde.

Voor de geografische breedte van Ukkel (50°48′ noord) duurt de burgerlijke schemering het langst op de dag van het zomersolstitium, 21 juni. Midden-maart en eind september bereikt de burgerlijke schemering een minimale duur, te Ukkel 33 minuten. Dit minimum valt niet precies samen met de dag van lente- of herfst-equinox. Tenslotte bereikt de duur van de burgerlijke schemering op de dag van het wintersolstitium (21 of 22 december) een secundair maximum, te Ukkel 39 minuten.

Van eind mei tot midden juli duurt de astronomische schemering in België de gehele nacht, doordat zelfs te middernacht de Zon geen 18 graden onder de horizon is. Dit effect is nog groter in noordelijker gelegen streken zoals Nederland of Denemarken.